Datum: 20-01-2018

klokje

Geplaatst op 31/10/2014

nieuwsafbeelding

Klasse helden: meneer Hollemans

Voor het vakblad ‘Profiel’ is meneer Hollemans geïnterviewd door de KPC-groep over talentontwikkeling in het vmbo-onderwijs.


‘Eigenlijk verschillen leerlingen niet zoveel van docenten’

Professionele ruimte, eigenaarschap en resultaatverantwoordelijke teams. Op het moment dat we in het onderwijs de kwaliteit van professionals een impuls willen geven, volgt er al snel een klinkende term. Een vlag om de lading te dekken. Wie een tipje van deze vlag optilt door rond te lopen op een school en het gesprek aan te gaan met een docent, ziet al snel waar het echt om gaat. Uiteindelijk draait het om bevlogenheid. De docent die glundert als hij over zijn leerlingen praat.

 

“De leerling is voor mij altijd het uitgangspunt. Hoe zorg ik ervoor dat hij of zij op het juiste plekje terechtkomt. Soms is dat een eitje, soms een tour de force. Laatst liep één van mijn leerlingen stage bij een garage. Zonder succes. We probeerden de fietsenmaker. Was het ook niet. Uiteindelijk kwamen we terecht bij een Profile Tyre Center, waarop de leerling verzuchtte: ‘Eindelijk iets wat ik kan’. Succes in het werk is belangrijk. Voor de leerling, maar ook voor jezelf.”

 

Gezamenlijk leerproces

René Hollemans is techniek-docent aan het Munnikenheide College in Etten-Leur. Een vmbo-school die alle leerwegen aanbiedt. In totaal telt de school ongeveer 750 leerlingen. Een aantal jaren geleden maakte Hollemans de overstap van het bedrijfsleven naar het onderwijs. Deze ervaring is voor hem erg belangrijk in zijn dagelijks werk en illustratief voor zijn kijk op talentontwikkeling. “Op een bepaald moment werd mijn werk als automonteur een herhaling van zetten. Ik wilde meer. In mijn werk begeleidde ik ook de stagiaires. Ik raakte onder de indruk van de ontwikkeling die zij doormaakten. Voor mij was dit de aanleiding om docent te worden. Door het volgen van een avondopleiding heb ik een vergelijkbaar traject gevolgd als mijn leerlingen nu doen. Ik snap dat een stage soms minder leuk kan zijn. Ik begrijp hoe moeilijk het is om te kiezen voor je toekomst.”

 

De relatie tussen leerling en docent blijkt de rode draad als Hollemans praat over talentontwikkeling. “Het doorlopen van een vmbo is een gezamenlijk leerproces. Je moet elkaar verstaan. De hamvraag voor elke docent is dan ook, kun je met leerlingen omgaan en kun je hen echt raken? Voor de vakantie liep er op onze school een sollicitatieprocedure voor een nieuwe docent. Eén kandidaat had een achtergrond in het vmbo, de ander niet maar was beter gekwalificeerd. De eerste is het geworden. Hij spreekt de taal. Hij zit in de belevingswereld.”

 

Maatwerk

Het schoolse systeem kent voor Hollemans wel een paradox. “Hoe levensechter leerlingen leren hoe beter. Het liefst heb ik een garage voor elke leerling. In de praktijk is de voorbereiding op het examen de grootste belasting. Zo’n 80% van de tijd. De rest van de tijd is veel betekenisvoller. Het examen is reproduceren. Niet productief.” Om die reden probeert Hollemans de resterende 20% zo goed mogelijk te benutten. Dit begint al bij de instroom van leerlingen. “We leveren zoveel mogelijk maatwerk. Kader-leerlingen met een 7 of hoger kunnen bijvoorbeeld hun mbo-opleiding maximaal met een jaar verkorten. Zo voorkom je dat een bovengemiddeld presterende leerlingen bij een basis-leerling in de klas komt. Maar soms kiezen we in overleg met de ouders juist weer niet voor een verkort traject. Het moet wel passen bij de leerling.”

 

Een persoonlijke benadering die Hollemans voortzet tijdens de stages. “De match tussen leerling en leermeester is cruciaal. Past het qua werk, klikt het, daagt het uit. Het perspectief van de leerling is het uitgangspunt om de situatie te beoordelen.” De samenwerking met het bedrijfsleven en het mbo speelt een belangrijke rol in het creëren van een doorlopende leerlijn. Zo maakt het Munnikenheide College gebruik van het stagebureau van het Radius College in Breda. “Het zorgt voor een betere afstemming tussen vmbo en mbo, maar draagt ook bij aan een warme overdracht in de nabije toekomst.” Hollemans werkt in de dagelijkse praktijk nauw samen met Harm van Eenennaam, een vaste docent techniek van dit mbo. “Feitelijk gaat die samenwerking over alles: leermiddelen, docentschap, lesinhoud, maar we kijken ook mee tijdens elkaars lessen en geven elkaar tips en aanbevelingen. Praktisch gezien zijn we bijna collega’s.”

 

Aanspreekcultuur

De bevlogenheid van Hollemans geldt als een absoluut vliegwiel voor talentontwikkeling. Voor zijn leerlingen, maar ook voor zichzelf. Hoe faciliteert de school leraren om het beste uit zichzelf en uit elkaar te halen? Het Munnikenheide College voert, zo vertelt Hollemans, een actief beleid als het gaat om de professionalisering van docenten. Als vast onderdeel van de jaartaak, maar ook in de vorm van ontwikkeltrajecten, trainingen en de academische opleidingsschool (zie kader). Het overkoepelende schoolbestuur vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) ondersteunt hier schooloverstijgend in, maar er is ook een belangrijke rol voor de school zelf. In de ondersteuning van docenten, maar ook door het nemen van fysieke maatregelen. “In het bedrijfsleven is er constant sprake van afstemming. In het onderwijs spreek je elkaar minder aan. Je bent docent, maar voor een andere docent ben je toch echt een collega. Om deze intervisie op gang te brengen, is de inrichting van de school erg belangrijk. Het Munnikenheide College maakt gebruikt van leerpleinen. We zien elkaar, horen elkaar. Je let op het groepje van je collega als die even weg moet. Die jongen met dat lasapparaat heeft die een laskap op? Door die collectiviteit zitten we op één lijn. We doen het echt samen.”

 

Naast de fysieke ruimte, is ook ‘ontwikkelruimte’ voor Hollemans onmisbaar voor zijn professionele ontwikkeling’. “Zaken als tijd om jezelf te bekwamen, draagvlak voor ideeën en persoonlijke begeleiding zijn erg belangrijk om tot bloei te komen. Daarnaast groei je van de waardering van collega’s, directie, maar ook van leerlingen. Persoonlijk geniet ik erg van de leerlingen die inmiddels werken of op een vervolgopleiding zitten en regelmatig terugkomen. Voor een praatje of om hun maatjes bij metaal weer te zien. Wat dat betreft verschillen leerlingen niet zoveel van docenten. We willen allemaal herkend en erkend worden.”

 

Door: KPC Groep



sidebar_logo
Zoek formulier
Luister met BrowseAloud